ARC Main Page Aktion Reinhard Bezetting van Polen Theresienstadt Transports Gettos

Terezin (Theresienstadt)

Laatste update 23 september 2006





Terezin
Theresienstadt
Het concentratiekamp Theresienstadt (Tsjechisch: Terezin) lag in het noordwesten van Tsjechoslowakije. De oorspronkelijke garnizoensstad was tegen het einde van de 18e eeuw gesticht, tijdens het bewind van Keizer Joseph II en vernoemd naar zijn moeder, Keizerin Maria Theresia.
In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de naziís de stad als getto voor 140.000 Joden, de meesten uit het "Protectoraat Bohemen en Moravië", maar ook uit Midden- en West-Europa. Het getto stond onder toezicht van het "Zentralamt fŁr die Regelung der Judenfrage in Böhmen und Mähren", dat viel onder het Reichssicherheitshauptamt RSHA. Commandanten waren Siegfried Seidl (van november 1941 tot juli 1943), Anton Burger (juli 1943 Ė februari 1944) en Karl Rahm (februari 1944 Ė mei 1945). Zij werden gerecruteerd uit de staf van Adolf Eichmann. De bewaking van het getto was opgedragen aan de SS en de Tsjechische politie. De kleine vesting bij het getto werd gebruikt voor de internering van politieke gevangenen.

Gate #2
Poort #2
Gate #1
Poort #1 *
Theresienstadt werd voor het eerst genoemd in een nazi-document op 10 oktober 1941. Het plan was om er de meeste Joden uit het Protectoraat, Duitsland en West-Europese landen te concentreren, met name vooraanstaande lieden, ouderen, of hen die in de Eerste Wereldoorlog hadden gediend in het Duitse leger. De Joden zouden uit Theresienstadt geleidelijk worden overgebracht uit naar de Poolse vernietigingskampen van Aktion Reinhard en Auschwitz.
Theresienstadt moest ook dienen als camouflage voor de uitroeiïng van de Joden tegenover de wereldopinie, door het getto voor te stellen als een model Joodse gemeenschap.


Arrival at Bohusovice Station
Aankomst op het
Bohusovice Station
Bunks
Slaapzaal
De eerste groep Joden uit Praag arriveerde eind november 1941. Tegen eind mei 1942 waren 28.887 Joden naar het getto gedeporteerd, ongeveer eenderde van de Joodse bevolking in het Protectoraat. Het eerste transport uit Theresienstadt betrof 2.000 Joden die in 1942 bij een massaslachting in het bos van Rumbuli bij Riga werden doodgeschoten. Door deportaties uit het getto verbeterden de levensomstandigheden, waardoor het op een vrije stad ging lijken.
In de zomer van 1942 arriveerden duizenden Joden uit Duitsland en (voormalig) Oostenrijk, onder wie soldaten met hoge onderscheidingen uit de Eerste Wereldoorlog. Het inwonertal van Theresienstadt varieerde steeds tussen de 30.000 en 40.000 mensen. Om een idee te geven hoe overbevolkt de stad was: vóór de oorlog leefden er ongeveer 7.000 mensen. Het maximum van 58.497 inwoners, op een oppervlak van iets meer dan 10 hectaren, werd bereikt op 18 december 1942.

De interne gang van zaken in het getto werd geregeld door een Raad van Ouderen. Voorzitter van deze Raad was Jacob Edelstein, die werd opgevolgd door Paul Epstein en rabbi Benjamin Murmelstein uit Wenen. Rabbi Leo Baeck werd ook gevangen gezet in Theresienstadt. De Joodse leiders hadden de afschuwelijke taak lijsten samen te stellen voor deportaties. Daarnaast zorgden zij voor de toedeling van werk, de verdeling van voedsel, de huisvesting, het toezicht op sanitaire voorzieningen en opvoeding. Er werden tal van culturele activiteiten georganiseerd, er woonden veel schrijvers, er waren verscheidene orkesten, een opera, een toneelgezelschap, en er was een bibliotheek met 60.000 titels, gespecialiseerd in Joodse onderwerpen. Het getto kende zijn eigen munteenheid.

Prison Cells
Gevangeniscellen
Gallows
Galgen
In september 1942 arriveerden 18.639 Joden in Theresienstadt. 13.004 werden doorgestuurd naar de vernietigingskampen in het oosten, 3.941 mensen stierven in het getto. De vijf transporten naar Treblinka verlieten Theresienstadt tussen 5 en 25 oktober 1942. Richard Glazar, de beroemde auteur van "Trap with a Green Fence" (Duits: "Die Falle mit dem grünen Zaun"), werd gedeporteerd naar Treblinka op transport BU, zijn registratienummer was BU639. Dit transport kwam in Treblinka aan tegen 4 uur ís middags.
Tussen 11 maart en 13 juni 1942 werden 12.001 Joden gedeporteerd uit Theresienstadt naar het Lublin district en 1.000 naar het getto van Warschau. Tussen 19 september en 22 oktober van datzelfde jaar werden 17.004 Joden rechtstreeks op transport gesteld naar Treblinka. In totaal eiste de Aktion Reinhard uit Theresienstadt dus 30.005 Joodse slachtoffers.
Aan de deportaties kwam in de eerste helft van 1943 een einde. Toen waren 90% van de Joden uit het Protectoraat, en bijna alle Joden die nog in het Duitse Rijk waren gebleven, naar dit concentratiekamp gebracht. Ook Joden uit Nederland en Denemarken waren afgevoerd naar Theresienstadt. Tot de herfst van 1944 gingen de deportaties naar Auschwitz door. Toen leefden er nog maar 11.068 mensen in het getto.
Postcard
Briefkaart
Door epidemieën werd in 1942 de bevolking bijna gehalveerd. 15.891 mensen stierven. De gezondheidsdienst van het getto zette een netwerk van ziekenhuizen op dat eind 1943 over 2.163 bedden beschikte.
Eind 1943 gaven de naziís aan een onderzoekscommissie van het Internationale Rode Kruis toestemming voor een bezoek aan Theresienstadt in 1944, om zo de wereld te laten zien dat de Joden goed werden behandeld. Ter voorbereiding van dit bezoek verhoogden de naziís het aantal gedeporteerden naar Auschwitz om het bevolkingsaantal terug te brengen, en er vonden diverse aanpassingen plaats: er kwamen nepwinkels, een café, een kleuterschool, een lagere school en tuinen met bloemen. Het Rode Kruis bezocht Theresienstadt op 23 juli 1944, en de naziís maakten er een propagandafilm van: "De Führer geeft de Joden een stad". Nadat de film gereed was gekomen, werden bijna alle betrokkenen, alle leden van het intern bestuur en bijna alle kinderen gedeporteerd naar Auschwitz.

In de laatste zes maanden van het bestaan van het kamp werden sommige Joden overgebracht naar neutrale landen, 1.200 Joden naar Zwitserland, Deense Joden naar Zweden.
Eind april 1945 werden duizenden Joden uit andere kampen naar het getto gebracht, waardoor opnieuw epidemieën uitbraken. Op 3 mei 1945, 5 dagen voor de bevrijding door het Rode Leger, droegen de naziís Theresienstadt over aan het Rode Kruis. Een gaskamer, die in 1945 was geïnstalleerd in een gang van de vestingmuur bij de vroegere Litomerice Poort, is nooit in gebruik genomen.

crematorium
Crematorium
Van november 1941 tot april 1945 werden 140.000 Joden gedeporteerd naar Theresienstadt. 33.000 van hen stierven hier, 88.000 werden verder gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Bij de bevrijding waren nog 19.000 gevangenen in leven, of naar neutrale landen overgebracht. Van de gedeporteerden naar de vernietigingskampen overleefden slechts 3.000 mensen, hoofdzakelijk in Auschwitz.
De 140.000 naar Theresienstadt gedeporteerden kwamen uit de volgende landen:
Tsjechoslowakije - 75.500
Duitsland - 42.000
Oostenrijk - 15.000
Nederland - 5.000
Hongarije - 1.150
Polen - 1.000
Denemarken - 500.

Seidl en Rahm werden door een Tsjechische rechtbank veroordeeld en opgehangen. Anton Burger ontsnapte en werd bij verstek ter dood veroordeeld.

The Central Database of Shoah Victims' Names (Yad Vashem)

Fotos: GFH
Terezin Herdenkingsmuseum (gift van voormalig gevangene Dr. Burian) *

Bronnen:
Encyclopedie van de Holocaust
Richard Glazar: "Trap with a Green Fence" ("Die Falle mit dem grünen Zaun")
Dank aan Martin van Liempt voor zijn hulp.

© ARC 2005